Goed kan meerdere betekenissen hebben.

  • Goed als tegenstelling tot kwaad: zie goed en kwaad

  • Goed als tegenstelling tot slecht. Voorbeeld: De nieuwe slee glijdt goed over de sneeuw, de oude slee slecht.

  • Goed als aanduiding dat iets functioneel is, correct of juist. Voorbeeld: De bestuiving is goed. (De bestuiving heeft correct plaats gevonden).

  • Goed in de zin van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek, zie goed (vermogensrecht).

  • Goed als fysiek object van waarde, zie goed (economie)

  • Goed als aanduiding voor stof of textiel

  • Goed als profijtelijk. Voorbeeld: Hij werd goed betaald.

  • Goed als aanname van een waarheid in: "Zo goed als zeker."


  • ca:Bé
    da:Godhed
    de:Good
    en:Good
    es:Bien
    fr:Bien
    gl:Ben (homónimos)
    hu:Jószág
    io:Bonajo
    pt:Bem
    simple:Good
    sk:Tovar
    sv:Varor